De oude Grieken geloofden dat toen de aarde nog maar net was ontstaan, mensen er anders uitzagen dan wij nu. Ieder mens zou in het begin der tijden twee gezichten, vier armen en vier benen hebben gehad. Volgens de oud-Griekse geschriften waren de eerste mensen dus twee personen die aan elkaar vastzaten.

De eerste mensen leefden in voorspoed, ondanks dat ze vier benen, vier armen en twee gezichten hadden. Voor zover zij wisten waren ze perfect. Op een gegeven moment werden de Griekse goden bang voor de kracht van de mens in hun “dubbele” vorm. De goden moesten een oplossing bedenken voordat ze de mens niet meer onder controle hadden.

Het vernietigen van de mensheid was niet een wenselijke oplossing, dus bedacht de oppergod Zeus een plan waarbij de kracht van de mens zou halveren. Zijn plan zou ervoor zorgen dat de mens nooit tegen de goden in opstand zou kunnen komen en tegelijk zou hij dubbel zoveel mensen creëren die hem en zijn goden zouden aanbidden.

Hij nam zijn bliksemflitsen en spleet de mens in tweeën, recht door het midden van hun lichamen.

De oppergod Zeus had echter niet goed nagedacht over de gevolgen van zijn actie. In plaats van het aanbidden van de goden, begon de mens naar hun andere helft te zoeken. In ieder mens was een gevoel achtergebleven dat zij niet compleet waren zolang ze alleen over de aarde liepen. Zodra de mens zijn andere helft had gevonden, kwam er een gevoel van volledigheid. Een volledig lichaam en een verenigde ziel: liefde was geboren.

Op het moment dat de mens zijn andere helft heeft gevonden, wil de mens nooit meer van elkaar worden gescheiden. Het is namelijk niet natuurlijk om naar iets te streven wat slechts voor de helft compleet is.

Bron : Oud Grieks verhaal