Er was een visser die in een hutje aan zee woonde.
Elke dag ging hij met zijn boot op zee een vis vangen,
genoeg voor zichzelf en zijn familie.
’s Avonds ging hij naar de lokale bar, met zijn vrienden banjo spelen.
En zo ging zijn leven verder.

Op een dag kwam een rijke toerist die de visser observeerde.
Hij zei tegen de visser: ‘Wel, je kunt beter twee vissen vangen in plaats van één!’

De visser vroeg verwonderd: ‘Waarom moet ik nu twee vissen vangen? Ik heb genoeg aan één vis.’

‘Wel’, zei de ander, ‘als je twee vissen vangt, kun je één verkopen!
En als je elke dag twee vissen vangt, kun je met de opbrengst een tweede boot kopen.’

‘Wat moet ik met twee boten?’ vroeg de visser verwonderd.

‘Met die tweede boot kun je nog meer vissen vangen en meer vissen verkopen. en zo kun je meer boten kopen en telkens meer en meer vissen vangen en verkopen. En als je twintig jaar hard werkt, zul je een heel grote opbrengst hebben. Dan verkoop je de zaak en heb je geen zorgen meer. Je kunt dan een huisje kopen aan zee en een bootje, elke dag gaan vissen, en ’s avonds met je vrienden banjo spelen.

Bron : Anoniem