Er was eens een vader wiens zoon nogal driftbuien had. Om hem een les te leren, gaf de vader zijn zoon een zak met spijkers.
Hij zei: “Elke keer als je een woedebui hebt, moet je een spijker slaan in het hek buiten in de tuin.”

Op de eerste dag van zijn les, werd de jongen heel boos en sloeg 23 spijkers in het hek. In de weken die volgden, realiseerde hij zich dat het simpeler was om zijn woedebuien te controleren dan om spijkers in het hek te slaan. Terwijl de dagen vorderden, werden er slechts een paar spijkers in het hek geslagen. Toen kwam er een dag waarop de jongen geen enkele spijker in het hek hoefde te slaan. Hij was vol trots.

Zijn vader was ook trots en vertelde zijn zoon om voor iedere dag dat hij zijn boosheid in toom kon houden, een spijker uit het hek te halen. Naarmate de tijd vorderde, zaten er steeds minder spijkers in het hek. Toen kwam de dag dat er geen spijkers meer in het hek zaten. De vader nam zijn zoon mee naar buiten.

Samen keken ze naar het hek en de vader zei: “Goed gedaan, zoon! Maar kijk eens goed naar alle gaten. Het hek zal er nooit meer zo uitzien als het deed. Het is hetzelfde als wanneer je dingen zegt in een boze bui. Je woorden zijn als spijkers en ze laten wonden achter. Het maakt niet uit hoe vaak je sorry zegt, de littekens zullen minder zichtbaar worden maar ze zullen nooit volledig verdwijnen.”

Bron: onbekend